Overal wat ik beroepsmatig kom – in de literaire wereld, op krantenredacties en bij de televisie – zijn beleidsmakers bezig om te zorgen voor een meer diverse organisatie, wat betekent dat ze een betere vertegenwoordiging willen van mensen met andere achtergronden. Hoe kan iemand tégen zoiets zijn? Het is allemaal goed bedoeld en op de lange termijn moet een organisatie beter worden van dergelijke initiatieven. Toch zijn er nog steeds te veel blinde vlekken op dit terrein, ondanks alle alarmbellen van ervaringsdeskundigen en de simpele sociologische feiten.
Toen ik las dat er op Windesheim een ‘Diversiteitscharter’ was gelanceerd, moet ik aan mijn eigen periode aan de hogeschool denken. Mijn moeizame start werd niet getekend door de Turkse achtergrond van mijn ouders, maar door het feit dat ik eerste generatie student was. Heel simpel uitgelegd: ik wist gewoon niet hoe de dingen werkten, omdat in mijn arbeidersklasse niemand de opleiding had gedaan.
Wat ook niet werkt als het om inclusie gaat, zijn de gefabriceerde filmpjes en posters bij een bepaald evenement, die de indruk moeten werken dat diversiteit een voltooid proces is. De mensen die er écht mee te maken hebben, weten wel beter: die lopen dagelijks door spierwitte en hoogopgeleide organisaties om te constateren dat er verdomd weinig andere werknemers op hen lijken, of het moeten de collega’s zijn die het praktische werk doen, zoals het schoonmaken of de beveiliging.
Iedereen die een beetje oplet, zal deze realiteit onderkennen. Hiermee wil ik het chagrijn van diversiteitshaters niet goedpraten, zij hebben een politieke agenda, maar het dwangmatige en daarom ongeloofwaardige karakter van veel uitingen geeft hen wel munitie.
Denk bijvoorbeeld aan de reclame op televisie, die ons willen doen geloven dat bijna elk gezin in Nederland bicultureel is. Als ik naar mijn eigen gezin kijk, dat dus authentiek gemêleerd is, moet ik lachen om zoveel onnozelheid van reclamebureaus. Diversiteit en inclusie gaan niet alleen over kleur en geloof. De identiteit van mensen is veel gelaagder dan je met het blote oog kan zien. Daarom moet er serieus werk van worden gemaakt. Anders wordt het een klucht.